Participatie en arbeidsmarkt

GroenLinks maakt het mogelijk dat iedereen naar eigen kunnen meedoet, op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Want iedereen hoort erbij.

Wat wil GroenLinks:

Bij alle aanbestedingen van de gemeente wordt als eis opgenomen dat 5% tot 50% van de aanneemsom door de opdrachtnemer moet worden besteed aan het inzetten van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. “Social Return On Investment”.

Mensen met een lichamelijke beperking moeten in principe overal aan het werk kunnen.

Zij hebben het recht om zelfstandig en in eigen regie te kunnen werken. Teveel plekken zijn ontoegankelijk. Goede, soms creatieve en innovatieve ideeën, kunnen ervoor zorgen dat iemand ondanks een beperking toch zelfstandig kan werken. Ook vormen van hulp bij persoonlijke verzorging en ondersteuning bij bepaalde handelingen kunnen het mogelijk maken dat zelfstandig en in eigen regie volwaardig kan worden gewerkt.

Beschutte sociale werkplaatsen zijn voor sommigen de enige veilige manier van werken. Voor hen blijft die mogelijkheid bestaan.

Er is altijd wat te doen. Voor mensen die (nog) geen kans op betaald werk maken, zoekt de gemeente naar alternatieven: scholing, participatiebanen, seniorenbanen, leerwerkplekken, stageplaatsen of vrijwilligerswerk. 

Met iedere werkzoekende bespreekt de gemeente een op maat gemaakt leerwerktraject (combinatie van opleiding en werkervaring). 

Tijdelijk kunnen werkzoekenden met behoud van uitkering in een leerwerktraject zitten.

Na succesvolle afronding verplicht de werkgever zich de werkzoekende voor een bepaalde periode in dienst te nemen. 

Bijstandsgerechtigden mogen vrijwilligerswerk doen en krijgen hiervoor (gedeeltelijke) ontheffing van de sollicitatieplicht.

De gemeente stimuleert mensen met een uitkering om zich actief voor anderen inzetten, bijvoorbeeld door hulp bij klusjes in huis en tuin, begeleiding bij artsbezoek en sociale activiteiten.

Ook worden mensen gestimuleerd zelf geld te verdienen; ze mogen daarom  een gedeelte van deze verdiensten houden. 

De sociale dienst is ruimhartig voor zelfstandige ondernemers in armoede.

De gemeente zoekt samen met betrokkenen alternatieven voor inwoners die op de reguliere arbeidsmarkt buiten de boot vallen: ze maakt werk van de ontwikkeling van buurtdiensten – de sociale economie.

Bij opdrachten en aanbestedingen eist de gemeente een sociale bijdrage in de vorm van stageplekken, leerwerktrajecten of begeleiding van maatschappelijk kwetsbare groepen.

Met het bedrijfsleven maakt de gemeente afspraken over het in dienst nemen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

De gemeente stimuleert collectieve voorzieningen, zoals een broodfonds en coöperaties.